Groots in
kleinschaligheid
LIJN 3 : THUIS OEFENEN MET LEZEN

Waarom thuis oefenen?
Uw kind leert op school lezen. Veel oefenen is daarbij van belang. Dat doen we natuurlijk op school. Toch is het zinvol om nog vaker ιιn-op-ιιn met een kind te oefenen. Daarom vragen wij uw hulp: ook thuis kunt u met uw kind regelmatig oefenen met lezen. In deze brief krijgt u tips hoe u dit het beste kunt doen.
 
Een boek kiezen
Lezen is leuk! We vinden het belangrijk dat uw kind met plezier leest. Er zijn in de bibliotheek geschikte boeken voor elk leesniveau. Vindt uw kind het moeilijk om zelf een boek te kiezen? Hier zijn enkele tips:
• Probeer er samen achter te komen wat uw kind leuk vindt om te lezen. Houdt het bijvoorbeeld van verzonnen verhalen of juist van informatieve teksten? Zijn er onderwerpen die uw kind in het bijzonder boeien?
• Laat het kind uiteindelijk zelf een boek uitkiezen. Laat het zelf ontdekken wat het leuk vindt: welke schrijfstijlen, welke illustraties.
• Kinderen die verzonnen verhalen niet zo leuk vinden, kunt u misschien enthousiast maken met een ander genre: informatieboeken, moppenboeken of strips.
• Laat uw kind een boek kiezen dat zoveel mogelijk aansluit bij zijn of haar leesniveau. Iets te makkelijk of iets te moeilijk is geen probleem, maar het moet wel in de buurt zitten. Vraag bij twijfel advies aan de leerkracht en/of bibliothecaris.
• Het belangrijkste is dat uw kind met plezier leest.
 
Samen lezen: hoe gaat dat?
• Lees bij voorkeur elke dag enkele minuten samen met uw kind.
• Kies hiervoor een vast tijdstip, zodat uw kind weet wat het kan verwachten.
• Laat uw kind hardop voorlezen. Daardoor wordt het gedwongen om zorgvuldig te lezen. En u hoort bij welke woorden uw kind aarzelt of waar het een fout maakt.
• Als uw kind een fout maakt, grijp dan niet meteen in, maar wacht enkele seconden of tot het einde van de zin. Dit geeft het kind de ruimte om een overgeslagen woord alsnog te lezen of de gemaakte fout zelf te verbeteren.
• Als uw kind twijfelt, kunt u voorzeggen of een hint geven, bijvoorbeeld:
  o 'Lees dit woord/deze zin nog eens.'
  o 'Kijk nog eens goed, wat is de eerste letter van dit woord?'
  o 'Een kleine muis, klopt dat wel? Kijk eens naar het dier op dit plaatje. Weet je nog hoe dat dier heette?'
• Prijs uw kind aan het eind van een zin en na een verbetering of moeizaam gelezen woord.
• Dit hoeven geen grote complimenten te zijn, een aanmoedigend ‘ja’ of ‘mm’ kan voldoende zijn. Het gaat erom dat uw kind bevestigd wordt in de juistheid van wat het gelezen heeft en niet in onzekerheid blijft.

Succeservaringen opdoen
Lezen moet vooral leuk zijn. Het is belangrijk dat uw kind zoveel mogelijk succeservaringen opdoet. Daardoor krijgt het meer zelfvertrouwen en gaat het steeds beter lezen. Prijs en beloon uw kind daarom regelmatig: dat draagt bij aan de succeservaring.

Enkele tips:
• Geef complimenten als het goed gaat.
• Benadruk de goede vordering die het kind maakt.
• Beloon uw kind bijvoorbeeld met wat extra aandacht: ‘Als we deze bladzijde gedaan hebben, gaan we daarna gezellig samen een spelletje doen’.
• Lees eventueel om-en-om een bladzijde: eerst het kind en dan u. Zo krijgt het kind het goede voorbeeld en gaat het verhaal wat sneller.
• Forceer niets, hou het lezen leuk.
 
Voorgelezen worden blijft leuk
Kinderen vinden het vaak heerlijk om voorgelezen te worden. Ook als uw kind zelf kan lezen, raden we u aan om regelmatig te blijven voorlezen. Waarom? Door voorlezen leren kinderen nieuwe woorden, ze horen hoe u een verhaal mooi op toon leest (goed voorbeeld), ze horen ingewikkeldere zinnen en gaan daardoor taal beter begrijpen. Ook samen praten over een verhaal stimuleert de taalontwikkeling.
Kies een boek dat bij uw kind past. Uw kind hoeft het boek niet zelf te lezen, dus kies gerust een boek met langere zinnen en moeilijker woorden. Stel bij het voorlezen af en toe een vraag, zoals:
• (Vooraf:) ‘Waar denk je dat dit boek over gaat?’ Bekijk en bespreek samen de voorkant en illustraties.
• (Tijdens:) ‘Hoe denk je dat het verhaal verder gaat?’ Voorspel samen hoe het verhaal afloopt.
• (Tijdens:) ‘Wat gebeurde er nou net in het verhaal?’ Laat uw kind samenvatten wat er gebeurd is.
• (Tijdens:) ‘Waarom deed de hoofdpersoon dat, denk je?’ Redeneer samen en leg verbanden tussen bekende en nieuwe informatie.
• (Achteraf:) ‘Wat is er nu eigenlijk gebeurd?’ Kijk samen terug of de voorspelling aan het begin van het verhaal is uitgekomen.
In de bibliotheek zijn veel mooie voorleesboeken beschikbaar voor alle leeftijden. Kies een boek dat past bij de belevingswereld van uw kind.
 
Wij wensen u en uw kind veel plezier met (samen) lezen!